Bijbeloverdenking

Corona. Een soort doem-woord. Het staat voor een schrikbeeld van ziekte, dood en onmacht. Virussen zijn er al lang, we weten van het bestaan ervan, we weten dat ze ‘vervelend’ en zelfs gevaarlijk kunnen zijn – maar het coronavirus is van een andere, ongekende orde….. Corona is een vreselijk woord geworden. Een biermerk met deze naam, ik meen in Amerika, kon met z’n productie wel stoppen, want zo lang deze naam op het etiket stond, was het bier onverkoopbaar. En, dichterbij, als iemand je van een bekende vertelt: bij hem / haar is ‘corona’ vastgesteld, dan gaat er een rilling door je heen. We hebben er diep ontzag voor. We zijn er bang voor. Nooit geweten dat een virus dit kon losmaken. Corona past in het rijtje van pest, tyfus, cholera, kanker, aids. Er is echter één verschil: ‘Corona’ is tóch een heel mooi woord. Een woord dat – in een andere context – een heel mooie betekenis heeft. Eigenlijk een tegen-betekenis. Tegenover het ene corona staat een andere.

2 Timotheüs 4:8 : “nu wacht mij de krans van de gerechtigheid” – woord van de apostel Paulus. Over een corona, een krans. Want dat is een corona: een krans. Ik heb het virus niet onder een microscoop kunnen bekijken, maar de afbeeldingen die je links en rechts tegenkomt, maken het wel duidelijk: het virus dankt z’n naam aan een krans-achtig uiterlijk. Maar de ene krans is de andere niet! Er is een mini-krans die een dodelijke ziekte veroorzaakt, maar er is ook een ‘krans van de gerechtigheid’. In de Latijnse vertaling van de Bijbel:  corona justitiae. Vreemd genoeg heeft ook die tweede corona te maken met sterven. Alleen, hij veroorzaakt het sterven niet – nee, hij vergoedt het sterven, zou je kunnen zeggen. Corona-1 wil mensen de dood in slepen – corona-2 zegt: sterven is een weg, ergens naartoe; sterven is het eind niet; er komt iets achteraan; iets heel bijzonders.

Want waar staat die krans van de gerechtigheid voor? Voor iets dat aan Paulus, en aan jou, die met Paulus meeloopt op de geloofsweg, door de Heer gegeven wordt “op de grote dag”. Paulus weet dat die grote dag áchter de dag van zijn sterven ligt. Hij voelt het moment van sterven al naderen, zegt hij (vers 6). Hij weet dat hij tot dit eind toe alles heeft vastgehouden en gedaan, waar God hem toe geroepen heeft (“ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden”). En daarmee weet hij waar de weg die hij nu gaat – de weg naar binnenkort sterven – op uitloopt: op dat bijzondere moment, op die grote dag, dat de Heer, de rechtvaardige Rechter, hem de krans van de gerechtigheid zal geven.
Dit doet mij denken aan een zin in onze Catechismus (Zondag 19), over de vraag, welke troost jou de wederkomst van Christus geeft, om te oordelen de levenden en de doden: “Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft. Hij zal dan …. mij met alle uitverkorenen tot Zich nemen in de hemelse blijdschap en heerlijkheid”. Ja, dit moet zo ongeveer die krans van de gerechtigheid zijn!  Dat je getooid wordt met hemelse blijdschap en heerlijkheid, om dicht bij je hemelse Redder en Rechter te zijn, met onverbreekbare liefdesbanden met Hem verbonden, om Hem te kennen zoals je Hem nog nooit gekend hebt, en Hem te horen zeggen: ga maar mee naar het grote feest, de aarde en alles daarin en daarop is helemaal nieuw, daar komt geen coronavirus meer aan te pas, kom en geniet van de corona van zuiverheid en gerechtigheid, in jou, aan jou, en om jou heen – als een afspiegeling van de zuiverheid en heerlijkheid van God-Zelf!

“In alle droefheid”, zei de Catechismus. Droefheid is er genoeg. Over de hele wereld sterven er mensen door één en hetzelfde virus. Je kunt niet eens fatsoenlijk afscheid nemen. Mensen worden zelfs hier en daar al in de steek gelaten, gedumpt. We kunnen het niet aan, en het doet pijn, veel pijn. Elke dappere helper die zelf slachtoffer wordt, elke patiënt die niet aan de beademing gelegd kan worden, omdat er onvoldoende apparaten zijn, elk familielid dat machteloos toe moet kijken, van een afstand – het doet allemaal zoveel pijn, geeft zoveel verdriet. Hoe kan de Catechismus dan zeggen dat ik toch maar verder moet gaan “met opgeheven hoofd”? Zou je je hoofd niet eerder buigen? Ja, er is ook een tijd om het hoofd te buigen, in verdriet, in verslagenheid, in verootmoediging, in gebed. Maar als je gelovig “amen” op je gebed gezegd hebt, mag je je hoofd oprichten. Ik hoop dat ook mensen op de IC-afdelingen van ziekenhuizen de genade krijgen om dat te doen. Ik hoop en bid dat ik ook zelf, op het moment dat ik ervoor kom te staan, de genade zal krijgen om in het voetspoor van Paulus mijn hoofd op te richten, mijn ogen op te slaan, naar mijn Heer die door elke onrustbarende gebeurtenis in deze wereld heen, zegt: Ik kom eraan…. zodat ik, mijn oog op Hem gericht, weet waar ik naartoe ga, en wat eraan komt: een krans van vrede en gerechtigheid, een corona die het coronavirus overtroeft en overtreft, overwint en uitroeit, het is over en uit met ziekte en afbraak – kom Here Jezus…..

Bid je mee, met mij en zovele anderen?

Activiteiten

Geen gegevens gevonden

 

Adres

Van Schothorststraat 24
3772 AX  Barneveld
Telefoon: 0342-490239
 

Predikant sectie Zuid

Ds. W.M. Blijdorp heeft het beroep aangenomen

Predikant sectie Noord

Ds. A. Buursema

Tweets @kerkinbarneveld